Verspenen

Na het voorzaaien komt een proces en dat heet verspenen. Een beetje een raar woord vind ik het. Komt dus van het woord spenen wat ‘van de borst afnemen’ betekent. En dat doe je ook eigenlijk wel een beetje met je plantjes. In plaats van dat ze lekker gezellig met ze allen bij elkaar staan, geef je ze meer ruimte zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot volwassen plantjes. 

Verspenen is dus het uitdunnen van je jonge plantjes. Je verplant de zaailingen naar afzonderlijke potjes. Zo krijgt elk plantje genoeg ruimte om verder te wortelen en zich te ontwikkelen tot een volwassen plant. Als je niet verspeent, staan de plantjes te dicht op elkaar en verdringen ze elkaar.

Peterselie verspenen.

Peterselie en zijn worteltjes.
Perterselie blad, hoe klein.

Wanneer en hoe:  
Als je zaailing twee volledige blaadjes heeft ontwikkeld kan je beginnen met verspenen. Het is nogal een priegelwerkje, je jonge plantjes zijn namelijk nog klein en kwetsbaar. Om de kleine plantjes uit de grond te krijgen, kan je beter niet aan het plantje zelf trekken, maar met bijvoorbeeld een vork de grond een beetje loswoelen en zo de plantjes omhoog wippen. Eigenlijk gebruik je de vork dus als een mini hooivork. 

Vervolgens kan je de plantjes naar afzonderlijke potjes planten, of naar een grote pot. Zorg dan dat de plantjes genoeg afstand van elkaar hebben, zo’n 5-9 cm. Vul de potjes met een mix van potgrond en stekgrond (of vermiculiet) zodat de jonge plantjes niet teveel voeding krijgen uit de potgrond.

Maak in de grond een gaatje met je vinger, potlood of een pootstokje, zorg dat dit gat iets dieper is dan het gat waar de plant uit kwam. Plaats de wortels recht naar beneden in de grond en druk dan de grond eromheen voorzichtig aan. Hierna geef je de plantjes water, ze moeten goed vochtig blijven. Dit kun je nog steeds het beste doen met de plantenspuit om zo de plantjes zo min mogelijk te beschadigen. Pas op voor teveel water geven, dan gaan de worteltjes rotten. Het beste is als je tussendoor met je vinger even voelt of het dieper in de pot nog erg vochtig is of niet. Als het daar droog is, kan je weer water geven.

Als je zaailing twee volledige blaadjes heeft ontwikkeld kan je beginnen met verspenen.

Vervolgens kan je de plantjes naar afzonderlijke potjes planten, of naar een grote pot.

Zorg dan dat de plantjes genoeg afstand van elkaar hebben, zo’n 5-9 cm.

Hoe nu verder:
Als je binnen hebt voorgezaaid, moet je de plantjes afharden. Dit betekent dat je ze laat wennen aan de kou van buiten. Dit doe je door ze elke dag een tijdje langer buiten te laten staan. Hoe lang dit duurt, is afhankelijk van de buitentemperatuur. Bij grote temperatuurverschillen zullen je plantjes langer nodig hebben om te wennen dan wanneer het buiten al erg warm is.

Tip:
Als het al wat later in het seizoen is, kan je ervoor kiezen om je zaailingen eerst af te harden en daarna pas te verspenen. Dan verplaats je ze direct in de volle grond, of buiten in potten.

Meer lezen over

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *